JAPANSE ‘YAGUARA DOKEI’ MET SLAGWERK EN HOUTGESNEDEN BESCHILDERDE KAST Ca. 1750

Japanse klokken

M&R241

JAPANSE ‘YAGUARA DOKEI’ MET SLAGWERK EN
HOUTGESNEDEN BESCHILDERDE KAST
Circa 1750
Japan

Uurwerk
Het door gewichten aangedreven uurwerk heeft tussen stijlen geplaatste stalen raderen en is voorzien van gaand-, slag- en wekkerwerk met verticale spillengang en waag. Door de gewichtjes van de waag naar binnen of naar buiten te verplaatsen wordt het op tijd lopen van de klok geregeld. Het stalen uurwerk is tussen een gepatineerd messing bodem- en zolderplaat geplaatst. Het uurwerk heeft tevens een door een sluitschijf geregeld slagwerk. De klok slaat de hele uren van 9 maal teruglopend tot 4 maal.

Wijzerplaat
De messing voorzijde van de klok is fraai gegraveerd. De ronde, messing wijzerplaat is voorzien van een zwart gelakte cijferring met Japanse uurtekens, elk een teken van de Zodiac. De gezaagde messing wijzer in bloemmotief geeft de tijd aan. De rand met gaatjes dient voor het instellen van wekker. Dit gebeurt door het metalen pinnetje in het gaatje bij de wektijd te steken.

Kast
De messing uurwerkkast heeft aan beide zijden deurtjes met messing haakjes en scharnieren. Op de kast is de bel geplaatst. Onder de bel beweegt zich de waag met de met messing beklede gewichtjes. De kast waar het uurwerk op rust is in zijn geheel prachtig gesneden, in verschillende draakmodellen en beschilderd en ingelegd met bloem en blad motieven. De houten kap met sierlijk opengewerkt klankgaten en raamverdeling met glas waardoor het uurwerk zichtbaar is, wordt op een houten sokkel met opengewerkt tussenbasement geplaatst. In het hout gesneden frame hangen de gewichten van gaan-, slag-, en wekkerwerk.

Gangduur: 24 uur.

Hoogte: 109 cm.
Breedte: 33.5 cm.
Diepte: 33.5 cm.

Literatuur
– R. Yamaguchi, The clocks of Japan (L61)
– N.H.N. Mody, Japanese clocks (E17)
– Tardy 3-delig, La Pendule Française JAPON, blz.757-768.

Japanse tijdmeting
De Japanse tijdmeting verschilt in grote mate van de Westerse tijdmeting.
Deze klokken werden in de 16e eeuw via jezuïetenmissionarissen in Japan geïntroduceerd.
Een van de belangrijkste kenmerken van de Japanse klok is dat deze een mechanisme heeft voor het meten van ongelijke temporele uren. De gebruikelijke klok geeft de uren met dezelfde tussenpozen aan, maar in de Japanse traditionele tijdwaarnemingspraktijk had een dag zes dageenheden van zonsopgang tot zonsondergang en zes nachteenheden van zonsondergang tot zonsopgang. Vervolgens werd de Japanse klok ontworpen om zich aan deze praktijk aan te passen.
In plaats van een uur als vaste waarde te nemen verschilt in Japan de lengte van een uur, toki genaamd, naar de lengte van de dag en de nacht. De dag en de nacht zijn beide ingedeeld in 6 toki, die van zonsopgang tot zonsondergang en van zonsondergang tot zonsopgang gerekend worden. In de zomer zijn de dagen langer dan de nachten en duurt dientengevolge een toki overdag ook langer dan ’s nachts. In de winter werkt dit andersom. Om deze reden zijn er Japanse klokken met verschuifbare plaatjes, zodat de lengte van de toki veranderd kunnen worden. Tevens zijn er klokken waarbij de cijferring vastzit en de wijzer beweegt. Het tikgetal van de klok te veranderd door de gewichtjes van de waag te verplaatsen, zodat de klok langzamer of sneller gaat lopen. Dit komt voor bij de oudere types. De cijfers van de klok lopen van 9 naar 4. In Japan was het cijfer 9 heilig. Elke toki, 12 in totaal, had tevens een eigen teken van de dierenriem die ook wel werden afgebeeld op een cijferring rondom de gewone cijferring.

 

 

 

Lees meer Neem contact op