FRANSE REISKLOK Breguet No. 4740 Ca. 1910

Reisklokken

M&R 115

REISKLOK
Gesigneerd en genummerd: Breguet No. 4740
Circa 1910
Frankrijk

Uurwerk
Het door veren aangedreven messing platine-uurwerk bestaat uit gaand- en kwartierslagwerk. Het gaandwerk is uitgevoerd met Zwitserse ankergang en regelbare ‘Breguet’-balans. Het slagwerk geeft de uren en de kwartieren op twee gongs aan en is aan achterzijde naar keuze instelbaar op: “Sonnerie” of “Silence”. Het slagwerk heeft tevens repetitie. Daarnaast heeft het uurwerk wekkerwerk. Op de achterplatine is een wit geëmailleerd wijzerplaatje aangebracht voor de wektijdinstelling. Vanaf deze zijde wordt de klok ook opgewonden en kunnen de wijzers worden verzet. De maker heeft het uurwerk als volgt op de achterplatine gesigneerd en genummerd: Breguet No. 4740

Wijzerplaat
Het uurwerk heeft een ronde geguillocheerde zilveren wijzerplaat. Deze heeft een cijferring voorzien van zwarte Romeinse uurcijfers met een minuutring bestaande uit stippen, waarbij de stip voor de vijfminuten is aangezet. De tijd wordt aangegeven door twee geblauwd stalen, naar de maker genoemde Breguetwijzers. In het geguillocheerde centrum van de wijzerplaat bevindt zich de signering van de maker: Breguet 4740. De wijzerplaat wordt afgeschermd door glas gevat in een geguillocheerde verguld messing lunet.

Kast
De aan de buitenzijde met Amboinawortelhout gefineerde kast is aan de binnenzijde met mahoniehout beplakt. Het achterpaneel kan omhoog geschoven worden zodat het uurwerk toegankelijk is. Het uurwerk is boven in de kast geplaatst en in de ruimte daaronder kan de opwindsleutel worden opgeborgen. Op de kast is een verzonken repetitieknopje aangebracht. De kast rust op vier half-bolle verguld messing pootjes.

Gangduur: 1 week

Hoogte: 18 cm.
Breedte: 13,5 cm.
Diepte: 10 cm.

Literatuur
– Tardy, Dictionnaire des Horlogers Français, blz. 84 t/m 97.
– George Daniels, The Art of Breguet, blz. 198.
– H.M. Vehmeyer, Antieke uurwerken, een familieverzameling, blz. 600
– Charles Allix, Carriage Clocks, blz. 40 Plate II/4.

De maker
Abraham-Louis Breguet werd 1747 geboren in Neuchatel (Zwitserland). Van 1762-1767 ging hij in de leer voor de opleiding horlogemaker, waarschijnlijk in Versailles bij Lépine en/of Berthoud. In 1768 emigreert hij met zijn ouders en zussen naar Parijs. ‘s Avonds bekwaamt hij zich in de wiskunde aan het Collège Mazarin. In 1775 trouwde hij met Cécile-Marie Louise L’Huillier (geboren in 1752). In dat jaar begon het echtpaar een zaak op de Quai d’Horloge 51, thans nr.79, vlak bij Pont Neuf, midden in de uurwermakerswijk. Men kan dit het stichtingsjaar noemen van het huis “Breguet”. Hij associeerde zich in 1787 tot 1791 met Xavier Gide, een horlogehandelaar in Parijs. Op 12 augustus 1793 repatrieert Breguet met zijn vrouw en zoon Louis Antoine naar Zwitserland, op de vlucht voor de revolutie, eerst naar Genève, dan naar Neuchatel en uiteindelijk naar Le Locle. 10 april 1795 komen ze in Parijs terug en vestigen zich in 1796 op het oude adres aan de Quai d’Horloge. De jaren die dan volgen tot zijn dood in 1823 waren de vruchtbaarste van zijn leven. In 1807 komt zijn zoon Antoine in de zaak. Zijn zoon had een deel van zijn opleiding bij John Arnold in Londen gevolgd.
Er staan verschillende uitvindingen op zijn naam, waaronder de Breguet-opwindsleutel, diverse verbeteringen in het echappement van horloges, de ‘montre perpétuelle, de Tourbillon, de ‘pendule sympathique’, de ‘montres à tact’, ook ‘montre aveugle’ genoemd en de ‘heures sautantes’. Hij overleed op 17 september 1823 in Parijs.

Lees meer Neem contact op